Ga naar de inhoud

Continuïteit door faciliteren laadhubs

“De opgave die er ligt om emissieloos te bouwen vergt een collectieve aanpak, continuïteit en met elkaar het gesprek aangaan.” Aan het woord is Sil Polman van de gemeente Arnhem. Hij initieerde het emissieloze fietspad aan de Hugo de Grootstraat. Een succesvol project, dat de gemeente aan het denken zette over het faciliteren van laadhubs.

Het project aan de Hugo de Grootstraat staat niet op zichzelf. In 2018 zette de gemeente Arnhem de eerste emissievrije stappen. “Toen we de Apeldoornseweg aan wilden pakken, namen we emissievrij werken voor het eerst mee in de uitvraag. Toen richtten we ons op het kleine materieel; grote elektrische machines waren er nog niet. Wat direct opviel was dat de aannemer (Heijmans) direct meedacht en oplossingen aandroeg én dat leveranciers (zoals Wacker Neuson) zich heel betrokken toonden”, aldus Polman. De opzet bij het project aan de Apeldoornseweg was om te zien wat er elektrisch mogelijk was; er was namelijk nog back-up met diesel-aangedreven materieel. “We wilden vooral antwoord krijgen op de vragen die bij ons leefden. Is zo’n elektrische machine sterk genoeg? Hoe lang kan hij draaien? Toen liepen we nog tegen beperkingen aan die inmiddels zijn verholpen. Zoals een bandenzaag die nog geen trottoirbanden kon doorzagen, maar wel geschikt was voor de tegels.” Dat laat zien hoe rap de sector zich ontwikkelt, maar ook dat iedereen in de sector elkaar nodig heeft. “Want ook voor leveranciers is het van belang dat we echt gaan draaien. Dat biedt hun de mogelijkheid om hun materieel te testen.”

Intern lobbyen

Wat volgens Polman geen zin heeft is om te zoeken naar het antwoord op de vraag of de kip of het ei het eerste is. “Als we allemaal blijven wachten, gebeurt er nooit wat.” En dus nam hij een paar jaar later, in 2021, weer het heft in eigen hand. “Intern ging ik lobbyen om een project emissieloos uit te voeren. Ik wilde weten: wat kan er op dit moment wel en niet?” Dat idee moet echter ook in de organisatie landen. “Er moeten veel mensen enthousiast worden. De bestuurders die het Schone Lucht Akkoord in hun portefeuille hebben, waren dat direct. Maar de vraag bij andere afdelingen was natuurlijk: hoe doen we dat met de extra kosten? En in welke contractvorm gieten we dat emissievrije project? Voor de Hugo de Grootstraat is SpUk-subsidie aangevraagd waardoor de extra kosten gedekt werden. Omdat het een pilotproject is hoefden we niet aan te besteden en konden we samenwerken met aannemers die samen met ons wilden leren.

De praktijk

Waar Polman al snel achter kwam is dat hij voor een geslaagde proef niet alleen afhankelijk is van de aannemers, maar ook van de energieleveranciers. “We wilden emissieloos ‘all the way’ gaan, zonder plan B. Dan is een andere insteek nodig. Vroeger dachten we als opdrachtgever: de aannemer komt met de machines en regelt de energiebron. Daar moeten we echt anders over gaan denken en daar zijn we ook toe bereid. Zo’n laadpaal regelen kost namelijk 26 weken, terwijl de aannemer 5-6 weken na de gunning aan de slag gaat.” Uiteindelijk is de laadpaal in dertien weken gerealiseerd, maar toen diende zich een ander probleem aan. “De leverancier van de laadpaal gaf te kennen dat hij niet wist hoeveel laadvermogen een grote machine vraagt en kon daar niet voor instaan.” De opdrachtgever en Cornelisse Elst hadden daar overigens ook nog geen inzicht in. “De machine was namelijk gloednieuw.” 

Gezocht werd naar een andere oplossing. Een oplossing die in retrospectief veel toekomstperspectief biedt: een laadhub gefaciliteerd door de gemeente Arnhem. “Naast de Pleijroute, binnen redelijke afstand van het project, lag een niet gebruikte walstroomaansluiting (3x125A). Deze is getransformeerd in een laadhub.”

Stroomvoorziening

Hoewel Polman dit voorjaar nog uitging van een tijdelijke laadvoorziening, Zien we voor de laadhub in de toekomst een belangrijke rol wegelegd. “We weten namelijk dat de vraag naar laadaansluitingen alleen maar zal toenemen. Dan kan je als gemeente beter planmatig nu één, maar straks vijf  hubs faciliteren, dan de energievoorziening door de aannemer per project laten regelen. Dat is in de toekomst niet meer te doen. Bovendien ontstaat er dan voor al onze opdrachtnemers een gelijk speelveld; de toegankelijkheid tot de energievoorziening en de afstand tot het project zijn voor iedereen hetzelfde, net als de energieprijs.” Daarmee lijkt Arnhem gereed voor een emissievrije toekomst, want binnen de gemeentegrenzen is ook een waterstoftankstation. 

Daarnaast pleit Polman ervoor dat collega-opdrachtgevers samen optrekken. “Wat we nu al zien is dat wij emissievrije eisen stellen, maar dat bij een buurgemeente dat vraagstuk (nog) niet speelt. Terwijl aannemers meestal voor meerdere partijen in een regio werken. Daarom beginnen we met onszelf, maar zoeken we ook de samenwerking, zodat het voor aannemers aantrekkelijker wordt om deze grote investeringen aan te gaan. Zo kunnen wij hun als opdrachtgevers continuïteit bieden.”

Niet geëlektrificeerd materieel

De vraag aan Polman is echter: hoe wordt voorkomen dat ondernemers met bijvoorbeeld een Stage V-machine buiten de boot vallen? “Hen willen we niet buiten sluiten, daarom hebben we het over ingroeipaden uit de routekaart SEB. Voor ons geldt namelijk ook dat we nog geen zicht hebben op toekomstige innovaties en de ontwikkeling van het zware materieel. In de tussentijd zijn we met onze preferente aannemers steeds in gesprek en kijken we waar we elkaar kunnen vinden en we hun toekomstperspectief kunnen bieden.” Aannemers hoeven dus niet direct 100% emissieloos te werken. “Om de doelen te bereiken, is het op dit moment veel belangrijker om inzicht te krijgen en daarop te anticiperen. Een les die we leerden aan de Hugo de Grootstraat.” Heeft hij daar een voorbeeld van? “In eerste instantie wilden we graag een elektrische asfaltmachine laten draaien. We leerden echter dat deze machine maar één dag op het werk nodig was, daarvoor moest de machine echter speciaal naar Arnhem toe komen, terwijl er maar een heel kleine CO2-winst mee geboekt kon worden.” 

Zwaartepuntbelasting

De gemeente Arnhem onderzocht echter wel met welke machines de grootste milieuwinst te behalen is. “De zwaartepuntbelasting liet zien dat geëlektrificeerde kranen en shovels - die veel uren draaien - voor dit soort projecten mega-interessant zijn om te verduurzamen. En wat ook helpt … de aggregaten verduurzamen. Dieselaggregaten in de stad, daar willen we afscheid van nemen.” Ook de bewoners zullen daar opgetogen over zijn. “De bewonersenquête die we uitvoerden liet duidelijk zien dat zij minder last hadden van het geluid én ze linkten het project direct aan schone lucht. omdat ze geen rookpluimen zagen.”

Wie is De Groene Koers?

De Groene Koers wordt vertegenwoordigd door:

  • Koninklijke Bouwend Nederland – Jorrit van Ommen
  • BMWT – Albert Lusseveld
  • Cumela – Nico Willemsen
  • Vereniging van Hoveniers en Groenvoorzieners – Ingrid Sangers
  • MKB Infra – Pieter Boelhouwer

Initiatief van


© De Groene Koers – 2021