Ga naar de inhoud

De bouwplaats van morgen plaatst elektrisch draaien in breed perspectief

Met de DKTI-subsidie stimuleert de overheid de inzet van zero-emissie (ZE) vrachtwagens, transportmiddelen of mobiele werktuigen. Een van de projecten die subsidie ontvangt is ‘De bouwplaats van morgen’. Onder andere Staad Groep is deelnemer in deze proeftuinen.

“Wij leveren een emissievrije rups en mobiele graafmachine voor ‘De bouwplaats van morgen’”, licht Yanieke Jussen, communicatiespecialist bij Staad Groep, toe. “De proeftuinen vinden plaats bij verschillende opdrachtnemers en op diverse locaties verspreid over het land. Het doel is om bevindingen te delen, onderling en naar buiten toe, en zo het werken met elektrisch materieel voor iedereen toegankelijk te maken. Ook TNO is daarbij aangesloten. Zij doen onder andere onderzoek naar het verschil tussen werken met diesel en elektrisch aangedreven materieel én de effecten op de bouwplaats.” Dat is ook nodig, blijkt als Pieter Staadegaard, directeur Staad Groep het woord overneemt. “Over de elektrificatie van machines wordt vaak te eenvoudig gedacht. Om een idee te geven: inmiddels hebben wij vier software engineers in dienst voor het programmeren van onze machines. Maar tijdens dat hele ontwikkelproces merkten ook wij: dit moet veel breder opgepakt worden. Je kunt dan wel een prachtige elektrische machine hebben staan, maar wat is deze waard als het laden de nodige hoofdbrekens kost?” Zo kwam Staad van de ene ontwikkeling in de ander ontwikkeling terecht. “We hebben engineers aangetrokken van andere bedrijven en aanpalende branches, waardoor de ontwikkeling van de machine snel ging. Binnen een jaar hebben we van een krabbel op papier een werkende elektrische machine gerealiseerd. Inclusief CE-certificering”, lacht hij. “maar het gaat om het totaalplaatje; we moeten ons focussen op de bouwplaats, daar is nog veel te doen.”

Aannemers richten zich tot leveranciers omdat ze materieel willen elektrificeren. Pieter: “Hun eerste vraag is steevast: wat kost het? Direct gevolgd door: waar kan ik laden? Dat geeft aan dat je elektrisch materieel en opladen niet uit elkaar kunt trekken. De stroomvoorziening is namelijk essentieel om je machine te laten draaien. Je moet het dus goed op orde hebben op de bouwplaats.” Zeker omdat het op dit moment wel tot een jaar kan duren voordat de stroomvoorziening op de bouwplaats geregeld is.” Maar er is ook nog een ander aspect dat vaak onderbelicht blijft in deze transitiefase. “De meeste van onze machines draaien bij onderaannemers en verhuurders. Zij bepalen niet hoe de infrastructuur op de bouwlocatie gestalte krijgt. Dat zorgt voor onzekerheid.” Bovendien mogen machines vanuit economisch perspectief niet stilstaan. Yanieke: “Bij diesel aangedreven motoren leveren lang draaien en tussendoor bijtanken geen problemen op, maar bij elektrisch materieel moet je goed over de energiehuishouding nadenken bij de engineering. Voor onze engineeringsafdeling is dat een aandachtspunt. En ook bij ‘De bouwplaats van morgen’ zullen we nauwlettend in de gaten houden wat er aan stroomvoorziening nodig is om werkzaamheden optimaal te kunnen uitvoeren.”

De Doosans zijn voorzien van powerboxen, accu’s (1950 kg) die verwisseld kunnen worden. “Maar ook dat betekent een nieuwe manier van werken. Daarom vinden we deze proeftuinen zo belangrijk. Hier kunnen we ervaring opdoen en bijvoorbeeld uitvinden of het effectiever is om accu’s iedere keer op te laden of om ze te verwisselen?” Dat zal bij locatie verschillen, verwacht Pieter. “In het bos ligt verwisselen waarschijnlijk meer voor de hand, terwijl in de stedelijke omgeving vaak voldoende stroomvoorzieningen zijn.” Maar voor beide situaties geldt: je wilt de laadinterval tot een minimum beperken. Pieter: “Voor machinisten betekent dat een andere werkwijze aanleren. Hoe behoud je dezelfde snelheid, kracht en werkinzet met een elektrische aandrijving? Het is de machinist die daarbij bepalend is. Hij zal moeten beseffen dat zelfs als een elektromotor maar heel langzaam draait hij al 100% koppel heeft. Dat in tegenstelling tot een dieselmotor die eerst flink moet optoeren. Maar hij zal ook de voordelen ervaren. Bijvoorbeeld dat je met een laag toerental al heel fijn en strak kunt afwerken. Die nieuwe manier van draaien moet tussen de oren komen. In trainingen besteden we hier aandacht aan omdat er zo veel winst te halen is.”

Wie is De Groene Koers?

DGK wordt vertegenwoordigd door:

  • Koninklijke Bouwend Nederland – Jorrit van Ommen
  • BMWT – Albert Lusseveld
  • Cumela – Nico Willemsen
  • Vereniging van Hoveniers en Groenvoorzieners – Ingrid Sangers

Initiatief van


© De Groene Koers – 2021