Ga naar de inhoud

Laden blijft een uitdaging

Aan de Hugo de Grootstraat in Arnhem was emissievrij werken het devies. De fietsstraat werd begin mei door Heijmans opgeleverd. Waar mogelijk is met elektrisch materieel- en met gebruikmaking van groene stroom - gewerkt. Om de bouwplaats van stroom te voorzien is gebruikgemaakt van een vaste netaansluiting en een powerbox die ’s nachts naar de laadhub aan de Rijnkade ging.

De realisatie van het fietspad was door de gemeente Arnhem aangemerkt als pilot voor het Schone Lucht Akkoord (SLA). Hierbij was de basisvraag: hoe emissieloos is zo’n project uit te voeren? "Op basis van de stand der techniek hebben we volledig emissieloos gewerkt", legt Wouter Palm, projectmanager bij Heijmans, uit. Het bedrijf maakte daarbij gebruik van een zware elektrische mobiele kraan (Doosan Electric, 16,5 ton), een knijperauto, een midigraver, veegzuigwagen en een elektrische shovel/kniklader voor de werkzaamheden. "Daarnaast is al het kleine materieel dat dagelijks gebruikt wordt elektrisch", voegt Cor Borst, uitvoerder bij Heijmans, toe.

Duurzaamste fietspad van Europa

Wethouder Roeland van der Zee noemt de Hugo de Grootstraat ‘het meest duurzame stuk fietspad in Europa’. En dat zou zo maar eens waar kunnen zijn, want Heijmans nam niet alleen zelf de verantwoordelijkheid, ook onderaannemers werden aangespoord om ambities waar te maken. Zelfs aan leveranciers is gevraagd om hun beste beentje voor te zetten. Cor: "Zo wilden we bijvoorbeeld dat het benodigde bestratingsmateriaal met een emissievrije truck aangeleverd werd en - als dat niet haalbaar was – vroegen we hen te kiezen voor HVO100 als brandstof."

100% elektrisch

"Het unieke aan dit project is de mate waarin we geëlektrificeerd hebben gewerkt. En ook het materieel dat ingezet is; van deze kraan rijden er bijvoorbeeld maar twee rond in Nederland. Er is geen ander materieel ingezet dan de genoemde machines, zelfs niet bij het zware werk waarvoor op projecten toch nog vaak een dieselkraan meedraait voor de zekerheid." Dat betekent echter ook dat er - op dagen dat er veel grond verzet moest worden – om drie uur de werkzaamheden stopten omdat de accu dan leeg was. Omdat dit juist de issues om te onderzoeken, nam Heijmans dit oponthoud voor lief. "Onze insteek was: we gaan dit emissievrij realiseren. Dan neem je planningsissues op de koop toe", vult Cor aan.

Accupakket mee

De laadhub bevindt zich naast het zonneveld en de windmolens op de Kleefse Waard. Hier stond al een trafostation voor de walstroom van binnenvaartschepen, waar in nauwe samenwerking met de gemeente Arnhem dankbaar gebruik van is gemaakt. Maar het is een eindje rijden vanaf de bouwlocatie. Wouter: "De planningsissues ontstonden mede omdat de laadvoorziening zo’n 5 kilometer van het werk verwijderd was. Tussentijds opladen bij de hub was hierdoor niet mogelijk. Om dat te ondervangen ging er dagelijks wel een groot accupakket mee naar de bouwlocatie. Ook deze wordt bij de hub opgeladen en dagelijks met een karretje achter de kraan vervoerd."

Leermomenten

Het succes van de pilot is dat het laat zien hoeveel er al mogelijk is. Maar bij de evaluatie kwamen ook de leermomenten naar de oppervlakte. Wouter: "De laadinfrastructuur is – naar onze mening - de belangrijkste factor om de omslag naar emissievrij werken te realiseren. Aansluitingen die voor onze sector nodig zijn, zijn er binnenstedelijk meestal niet. Natuurlijk hebben we hier gekeken of er mogelijkheden waren om op de locatie een bouwaansluiting te realiseren. Maar de doorlooptijd van de aansluiting is langer dan het hele bouwproces (van voorbereiding tot de oplevering) bij zo’n klein project." Negen maanden wordt vaak gezegd, maar de ervaring bij Heijmans leert dat dit in de praktijk vaak oploopt tot een jaar. "Voor de Hugo de Grootstraat geldt bovendien: het is gelegen in een oude buurt, daar ligt geen aansluiting met het gewenste vermogen." Daardoor was Heijmans aangewezen op de voorzieningen op de Kleefse Waard. Met als nadeel dat het transport - zo’n 10 minuten reistijd - relatief veel energie kostte.

Fijnmaziger netwerk

Een fijnmaziger laadinfranetwerk zou dé oplossing kunnen zijn. Maar dat vergt inspanningen van de opdrachtgever. De gemeente Arnhem toont zich op dat terrein vooruitstrevend. "Ze wil twee laadhubs realiseren, daarom laten we de Stelconplaten op de locatie achter. Dan kan hier later een laadhub gerealiseerd worden voor toekomstige werken."

Het advies aan gemeenten is om de verantwoordelijkheid voor het aanleggen van een goede laadinfrastructuur over te nemen, zodat alle aannemers hiervan kunnen profiteren. Wouter: "Daar komt wel wat bij kijken. Nu konden we door de beperkte tijdspanne de laadinfra vergunningsvrij realiseren, maar om een permanent laadstation te realiseren moet het hele vergunningstraject doorlopen worden. Dat zal nog even tijd kosten." De laadinfrastructuur hoort volgens hem echter wel een nutsvoorziening te zijn. “Door de doorlooptijd bij netwerkbeheerders kan je die verantwoordelijkheid eigenlijk niet bij aannemers neerleggen."

Wie is De Groene Koers?

De Groene Koers wordt vertegenwoordigd door:

  • Koninklijke Bouwend Nederland – Jorrit van Ommen
  • BMWT – Albert Lusseveld
  • Cumela – Nico Willemsen
  • Vereniging van Hoveniers en Groenvoorzieners – Ingrid Sangers
  • MKB Infra – Pieter Boelhouwer

Initiatief van


© De Groene Koers – 2021