Wat houdt de UPV voor industriële batterijen in?

Sinds 18 augustus 2025 is de Batterijenverordening waarin ook de Uitgebreide Producentenverantwoordelijkheid (UPV) voor industriële batterijen is opgenomen van kracht. De batterijenverordening en UPV stellen eisen aan de hele levenscyclus van batterijen, van ontwerp tot inzameling en recycling, waarbij producenten van batterijen en accu’s een innameplicht hebben aan het einde van de levensduur. De UPV legt de verantwoordelijkheid voor het afvalbeheer bij de partij die batterijen (los of in apparaten) voor het eerst op de markt brengt. Wat dit betekent voor fabrikanten en importeurs van batterijen en (elektrische) bouwmachines, vertelt Hans Zwaanenburg van BMWT.
“De UPV zorgt voor de nodige hoofdbrekens”, vertelt hij. “Kijk je naar de letter van de wet, dan moeten alle producenten van industriële batterijen, waaronder fabrikanten van machines met tractiebatterijen sinds 18 augustus 2025 geregistreerd zijn bij Rijkswaterstaat. Dat is namelijk de organisatie die door het ministerie van I&W voor registratie zal worden aangewezen. Iedere producent van tractiebatterijen – al dan niet ingebouwd – is wettelijk verplicht om zich registreren, anders is hij in overtreding.” Toch schat Hans in dat op dit moment niet meer dan 5% van de producenten van tractiebatterijen is geregistreerd. Hoe zit dat?
Financiële zekerheid
“Weinig bedrijven hebben zich geregistreerd, omdat er nog veel onduidelijk is”, legt Hans uit. “Een van de grootste knelpunten is dat fabrikanten en importeurs een systeem van inname moeten hebben. Dat vergt zowel organisatorische als fysieke aanpassingen in de bedrijfsvoering. Daarnaast is er een economische component, want de nieuwe verantwoordelijkheid vereist tevens dat er een financiële buffer is.” Aan al die aspecten is – op dit moment - lastig te voldoen. Want hoe bouw je die financiële zekerheid in? Hans: “Je kunt aan verschillende mogelijkheden denken. Via een verzekering, een bankgarantie, een geblokkeerde bankrekening of een collectieve regeling. Met het optuigen van een collectieve regeling is BMWT nu bezig. Echter, zo’n collectieve regeling vergt veel afstemming met de markt én eigenlijk ook een marktinventarisatie. De hamvraag daarbij is: wat is het juiste bedrag dat toegekend wordt aan een batterij? En, waar wordt dat bedrag op gebaseerd? Is dat bijvoorbeeld op het gewicht van de accu of de samenstelling? Daarnaast zijn de batterijen die geleverd zijn tot augustus 2025 veelal niet geregistreerd. Deze gegevens zijn niet altijd te achterhalen, mede omdat veel bouwmachines niet bij de RDW geregistreerd zijn.”
Definitie van batterijen
Daarnaast bevindt zich nog een andere adder onder het gras. Dat is de definitie van de batterijen die ingenomen moeten worden. “Anders dan bij draagbare batterijen en batterijen voor EV, hebben batterijen in bouwmachines geen eigen categorie. Tractiebatterijen vallen onder de grote noemer ‘industriële batterijen’. Er is bovendien een innameplicht en deze is niet merk- of soortgebonden. Daardoor moet een fabrikant van elektrisch bouwmaterieel bijvoorbeeld ook huisaccu’s innemen. Deze kosten kunnen dan verhaald worden op de oorspronkelijke fabrikant, maar liever wil je deze stromen scheiden óf weten bij welk loket je terecht kunt met deze batterijen. Met Holland Solar en ESNL zijn we al in gesprek om dat proces soepel te laten verlopen.”
Hoe verder?
De vraag aan Hans is: is dit de reden waarom zo weinig bedrijven zich registreerden? “Ja, fabrikanten en importeurs hebben nog veel vragen. Bovendien biedt de registratie bij RWS geen mogelijkheid om de optie ‘ik sluit me aan bij de collectieve regeling, zodra deze er is’ aan te vinken.” Ter geruststelling: er zal binnenkort geen boete op de deurmat vallen. “De inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) wordt de controlerende instantie, maar is nog niet officieel aangewezen. Daarnaast staat RWS positief tegenover het initiatief van BMWT om te komen tot een collectieve regeling. We overleggen regelmatig met hen én met de BMWT-achterban. Gezamenlijk hebben we de ambitie uitgesproken om dit jaar de collectieve regeling tot stand te laten komen.”