Ga naar de inhoud

Zo maak je een goede TCO-berekening van elektrisch materieel

Hoe kom je in vijf stappen tot een goede TCO-berekening voor elektrisch materieel? In verschillende masterclasses legden Gerard van der Veer van Bouwend Nederland en André de Swart van Cumela dat uit. Er komt namelijk meer bij kijken dan alleen de kosten van een machine berekenen. Zo is het ook van belang om de ‘machinegeneratie’ te kennen, is er inzicht vereist in de werkzaamheden en hebben de componenten logistiek en energie grote invloed op de uitkomsten.

“De Total Cost of Ownership (TCO) van een elektrische machine berekenen, is anders dan die van een dieselmachine berekenen”, legt Gerard uit. “Weliswaar ga je voor de eerste stap uit van dezelfde aspecten. Denk aan de aanschafwaarde, levensduur, restwaarde én – bij elektrisch materieel – van SEB-subsidie om de onrendabele top te dekken.” Maar zelfs bij deze statische factoren treden al verschillen op. Daarom is een extra tweede stap nodig.

Stap 2: rekenen met meerdere machinegeneraties

De tweede stap is het opstellen van een materieelexploitatie voor meerdere ZE-machinegeneraties. “Het is namelijk een groot verschil of er sprake is van een machine van de eerste generatie (ombouw), tweede generatie (fabrieksconversie) of derde generatie (een echte fabrieksmachine). Zo hebben de nieuwste machines een relatief lagere aanschafprijs. Daarnaast heeft de markt meer vertrouwen in elektrische machines die af-fabriek worden geleverd, wat resulteert in een hogere restwaarde. Ook is er meer zekerheid door een vollediger fabrieksgarantie. Bovendien zijn de nieuwste machines ontworpen vanuit een ‘elektrische’ gedachte, waardoor dit materieel energie-efficiënter opereert.” Om tot een adequate materieelexploitatie van een gemengd machinepark te komen, moeten al deze factoren meegewogen worden.

Stap 3: operationele kosten

Vervolgens worden in stap 3 de productiekosten berekend. Voor de masterclass was gekeken naar een 16-tons bandenkraan. “Kijk je uitsluitend naar het machinetarief, dan zijn de kosten 60% hoger dan voor een vergelijkbare dieselmachine. Verdisconteer je de kosten van de machinist, aanbouwdelen etc., dan is de machine operationeel 26% duurder”, zegt Gerard. Dat komt omdat de bijkomende kosten bijna gelijk zijn aan die van een dieselmachine, waardoor er een dempend effect optreedt. “Tot en met deze derde stap is de TCO van een elektrische machine goed te verantwoorden en ook overzichtelijk”, weet hij.

Stap 4: Van machine- naar projectkosten

 “De volgende stap – een berekening maken voor de projectkosten – kent echter meer variabelen. Dit komt mede door externe factoren. Kan er aan het net geladen worden, is een biogasaggregaat nodig of moeten er wisselaccu’s ingezet worden? De kosten voor ‘diesellogistiek’ en ‘energielogistiek’ lopen ver uiteen. Zo kunnen de extra transportkosten voor batterijtransport oplopen tot €300 per dag, waardoor een rekensom er per project heel anders uitziet.”

“Bovendien moeten ondernemers wennen aan de planning en organisatie van energie”, vult André aan. “Met diesel weet je dat je het bijna een week kunt uitzingen en zijn de prijsverschillen klein. Bij ZE-machines heb je te maken met energieprijzen zie per dag enorm kunnen verschillen. Ook dit maak de planning en logistiek ingewikkeld.”

Stap 5: de kosten van energiebronnen

Voor de laatste stap is het belangrijk om te weten dat de kostenberekening van de energieoplossing drie componenten kent: vaste kosten, variabele kosten en logistieke kosten. Gerard: “Kijk je alleen naar aanschaf en onderhoud, dan is de rekensom overzichtelijk. Betrek je ook de energiekosten erbij, dan moeten er voor ieder project een nieuwe berekening gemaakt worden. De energiecomponent kent namelijk veel variabelen. Kosten voor de logistiek zijn daar onderdeel van, maar ook de locatie en de aard van de werkzaamheden beïnvloeden de prijs per kWh. Stroom die van het net wordt betrokken, kost enkele dubbeltjes per kWh, maar die prijs kan oplopen tot enkele euro’s als er batterijcontainers of biogasaggregaten nodig zijn.” Gerard raadt aan voor ieder project de energieoplossingen door te rekenen op basis van de drie componenten (vast, variabel en logistiek). “Hierdoor creëer je inzicht en kan je beter bepalen hoe en welk materieel succesvol inzetbaar is.”

Wie is De Groene Koers?

De Groene Koers wordt vertegenwoordigd door:

  • Koninklijke Bouwend Nederland – Ivo van Zon
  • BMWT – Hans Zwaanenburg
  • Cumela – Nico Willemsen
  • Cumela sectie MKB Infra – Pieter Boelhouwer
  • Vereniging van Hoveniers en Groenvoorzieners – Marc Derksen

Initiatief van


© De Groene Koers – 2021